
Lichte, bruine ogen staren mij aan, duizelig.
De lijnen in zijn ronde, geschaafde gezicht vertellen mij hoe oud hij is.
De rondbruine kleur laat de opgeslagen Zonnekracht van jaren zien,
Onbewogen en ongestoord verzameld.
In de verte hoor ik de houtvesters van het Natuur Behoud.
‘Kappen met kappen’, denk ik.
(50 woorden)
De nacht erna droom ik dat ze weer tot leven komen,
naar hun Plekken sjokken, de houtvesters verjagen.
Elkaar omhelzen met hun wortels en takken
in een ontroerend weerzien.
De Buizerd kiest zijn tak, de Paddenstoelen vinden beschutting voor hun netwerken.
Muizen, Boomklevertjes, ze komen weer.
Mieren en Spinnen.
Rebirth.
(50 woorden)
Twee ogen


